1. Hoe het begon...

Het begon met onze onverwachte en bijzondere zwangerschap. Het was mei 2018 en we waren zwanger. Een week later mocht ik me melden voor een eerste echo. De echoscopiste zag een vruchtzakje, maar geen kloppend hartje. "Misschien was het geen goede zwangerschap? Of je bent nog maar heel pril zwanger". Ook al dachten we compleet te zijn. Toch zat ik huilend in de auto.

Een week later zou ze weer kijken. Dankbaar dat de week verder was, ging ik vol spanning naar de volgende echo. Ze zag een kloppend hartje, maar het klopte niet heel erg snel. Ook zag ze een tweede vruchtzakje. Daarover hoede ik me geen zorgen te maken: het was leeg en substantieel kleiner. Later zei ze zelfs: "Ik zie hier zelfs een derde vruchtzakje. Maar dat is echt heel klein en ook leeg." "Ik denk toch dat het geen goede zwangerschap is. Vorige week klopte er nog geen hartje en nu klopt er een hartje, maar te langzaam," Met weer een nieuwe echo ging ik naar huis. Ik wist niet wat ik moest voelen? Ik was zwanger, maar het zag er nog niet goed uit. 

Weer een week later mocht ik weer naar het Sophia voor een nieuwe echo en daar zag ik het meteen. Ik zei het tegen de echoscopiste: "Zie ik nu twee kleine knipperlichtjes?" "Even wachten zei ze, ik denk dat ik het ook heb gezien, maar ik focus me eerst even op dit vruchtzakje." Toen ze weer terug ging naar een ander beeld, zagen we dit: twee hartjes klopten heel snel. Ik was zwanger van een tweeling.

Dat was echt even wennen omdat al drie kinderen hadden. Toch sloten we onze tweeling meteen in ons hart en dachten we:"We gaan ervoor". Ze waren allebei meer dan welkom. Eigenlijk maakte ik me misschien wel meer druk om wat anderen ervan zouden vinden? Ineens was ik wel een beetje in paniek omdat ik al drie keizersnedes had gehad en een hersteloperatie aan het littekenweefsel van mijn baarmoeder in het VUMC. Daarom werd er eerst weer gekeken in Rotterdam en Amsterdam of er geen sprake was van een medisch verhoogd risico. Gelukkig bleek vrijdag 13 juli (onderweg naar een minivakantie in Italië) dat dit niet het geval was. Ze moesten wel het littekenweefsel extra goed in de gaten houden en hiervoor kreeg ik extra controles. Ik durfde tijdens de zomervakantie echt te genieten. Genieten van twee prachtige wonders, groeiend in mijn buik. Maar dat laatste gebeurde niet goed. Het groeien.

Tijdens een echo in week 18 kreeg ik ineens het volgende nieuws: "De onderste baby begint achter te raken in de groei ten opzichte van de bovenste baby. Het begint ook een beetje in een hoekje te liggen én de placenta is wel heel klein. Het is bijna zielig te noemen." Achteraf heb ik nog vaak aan zijn woorden gedacht. Was dat het begin van het einde? Een week later, in het ADRZ in Goes, hoorde ik hetzelfde, maar toch leek er toen nog geen reden voor paniek of rustiger aan doen. Ik voelde me verder ook echt lichamelijk gezien zo ontzettend goed! Maar toen kwam de 20 weken echo.

De echoscopiste zag meteen al dat het niet goed was. Haar woorden...Ik hoor ze nog. "Ik heb verschrikkelijk nieuws te vertellen. Er is een baby overleden. Het hartje klopt niet meer. Het spijt me". Ik heb gehuild, gegild en geschreeuwd. Er moest een arts komen. Maar ook hij constateerde dat een baby was overleden. Met kleurtjes in de echo moesten ze me overtuigen. Ik kon het niet geloven. Maar hoorde het wel. Een baby was dood. De wereld stopte met draaien. Ze vertelde me dat het beter was om te stoppen met de echo. Maar ik wilde nu alles zien. Van beide baby's. Ik kon alleen maar huilen. Maar ik wilde ze zien. Allebei. We wisten toen nog niet wat het geslacht was van beide baby's. Toen ik haar vroeg om dan meteen maar te kijken of het twee jongens waren, twee meisjes of een jongen en een meisje, kreeg ik antwoord waar ik zo lang spijt van heb gehad. "Dat kan ik niet meer zien. Alleen van de nog levende baby." Ik heb zo vaak gedacht: waarom wilde ik het nu niet weten? De bovenste baby was een jongetje. En zo kon ik naar huis. Met twee envelopjes vol met echo's. Veel foto's van Noud en een aantal foto's van onze levenloze baby waarvan we nooit met zekerheid konden zeggen wat het geslacht was.  

We moesten thuis aan onze kinderen het vreselijke nieuws vertellen. We hadden ons eigen verdriet. Ik moest rustiger aan doen. Maar mijn man belandde in het ziekenhuis en daar zat ik. Moeder in een tweelingzwangerschap, maar een levend en een levenloos. Drie kinderen in groep 1, groep 5 en eerste klas voortgezet onderwijs en mijn man opgenomen met een bacterie in zijn been en aan een antibiotica infuur. Gelukkig kregen we thuis al snel hulp en liet de gynaecoloog me naar de POP-poli gaan zodat er al snel gesprekken plaats vonden met een psycholoog. Want ik moest door. Door voor het andere, levende kind. Maar hoe doe je dat? Ik was elke seconde van de dag én nacht zo bang om ook alsnog de andere baby te verliezen. Vaak werd ik middenin de nacht wakker en had ik gedroomd dat ook Noud was overleden. Dan kon ik 's nachts naar Goes en maakten ze een echo. Dan was ik weer heel even gerust gesteld. 

Twee dagen na de 20 weken echo moesten we ook terug naar Rotterdam, voor een GUO. Een geavanceerde echo omdat ze tijdens de 20-weken echo mogelijk een afwijking aan het hoofd van Noud had gezien. Toen we daar waren, konden we vragen stellen. Zo ook over het geslacht. We kregen een eerlijk beeld: hoe langer de onderste baby dood in mijn baarmoeder zou zitten, hoe meer het terug trekt in de vliezen en zou mummificeren. Het was onzeker of ze ooit het geslacht zouden kunnen zien. Als advies kregen we mee om een genderneutrale naam te kiezen. Dit was niet het nieuws waarop we hoopten. Gelukkig werd Noud goedgekeurd. Tenminste, zijn hoofdje. Geen afwijkingen. 

Tijdens de volgende echo na de minivakantie in Italié zagen ze dat Noud hetzelfde ging doen als Mees* Ook Noud stopte met groeien. Zijn buikomvang was aan het afnemen in de curve en dat was niet een goed teken. Ik voelde meteen de herhaling van die weken ervoor. Toen hoorde ik namelijk ook twee weken achter elkaar dat de onderste baby niet goed mee groeide ten opzichte van de bovenste baby. En ineens was Mees dood. En nu ging de bovenste baby ineens ook hard achteruit? Ik was alleen nog niet over de 24 weken zwangerschap. Ze konden onder de 24 weken niks doen voor Noud. Toch werd hij extra in de gaten gehouden en met 25.4 weken werd ik opgenomen in het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. Noud werd toen geschat op een gewicht van 650 gram. Ze zeiden ook tegen me: "Hij moet wel een bepaald gewicht hebben, willen we er iets mee kunnen doen." 

Ik kwam op de zwangerenafdeling te liggen. De dag begon om 08.00 uur met een ontbijt en een CTG van een half uur. Als deze goed was, mocht ik er weer af. Om 20.00 uur in de avond kreeg ik weer een CTG. Zo hielden ze Noud twee keer per dag in de gaten. Uiteindelijk heb ik daar heel veel CTG's gehad en zagen we dat Noud ook tijdens mijn opname niet veel meer groeide, mijn vruchtwater nam af, de CTG's, echo's, groeiecho's en flowmetingen werden steeds slechter. Het was wachten op de dag dat Noud er echt uit moest. Die dag kwam. Het was in de nacht na wereldprematurendag. Ik lag te slapen aan het CTG en de artsen zagen het hartje van Noud flink naar beneden gaan om 03:01 uur. Terwijl ik nog lag te slapen, maakten ze een echo. Ik werd er wakker van het feit dat ze een echo aan het maken waren en hoorde de arts al bellen met een andere arts. Foetale nood. Een spoedkeizersnede.

Noud en Mees* zijn die nacht geboren. Noud woog 840 gram met 30.3 weken en Mees woog 118 gram. Maar omdat hij al 10 weken overleden was, heeft hij waarscchijnlijk meer gewogen. Daarna moesten we een mooi afscheid regelen voor Mees* én er zijn voor Noud die op ICN lag. Uiteindelijk werd Noud op de 5e dag ernstig ziek door een gecompliceerde bacterie die via zijn lange navellijn in zijn bloed terecht was gekomen. Noud had een bloedvergiftiging en ineens kregen we te maken met erg spannende minuten en uren en vreselijke nachten. Een nacht waarbij we een gesprek kregen met de neonatoloog en we hoorden dat ze meer dan dit niet konden doen meer. Het was aan Noud en aan de medicatie. Het kon twee kanten op gaan. We moesten maar foto's en filmpjes maken. Het voelde als die 10 weken daarvoor. Alleen kwam het verlies van Mees* toch onverwacht. Maar een enorme angst om ook Noud te verliezen voelden we elke minuut.

Uiteindelijk had Noud ontzettend veel geluk en ging hij door het oog van de naald. Als eerbetoon aan Mees* ben ik begonnen met kleine Vlindervoetjes (liefdevolle producten voor sterrenkinderen) én als eerbetoon aan Noud ben ik begonnen met Kleine Twinkeltjes (liefdevolle producten voor prematuren). Hier ligt nu mijn hart.  In de naam van Kleine Twinkeltjes zitten ook 4 letters die het woordje TWIN vormen. Ik noem het mijn tweelingbedrijf.

Daarnaast ben ik ook moeder van Sem, Imke, Chris, Noud & Mees* en sta ik ook nog drie dagen voor de klas als leerkracht groep 1-2 op een basisschool in Middelburg. 

En alles wat ik doe, doe ik met liefde. 

Lieve groeten, Carolien

© 2020 - 2021 Kleine Vlindervoetjes | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel